dinsdag, november 06, 2007

Blup

Zaterdag, toen we na de verjaardag van Storm naar huis reden, wilden de kinderen 'nog ergens heen'. De keus viel op het tuincentrum waar we toevallig langsreden, want daar hebben ze vissen en vogels.
We dwaalden over de kerst(!!)afdeling richting de vijverbenodigdheden. Gezellig babbelend stonden de kinderen te kijken naar bakken vol vissen en schildpadjes. 'Die is mooi!' 'Kijk, mam, dát is een grote schildpad!'
F tilde zijn brusjes op als ze het niet konden zien. Robin las de Latijnse benamingen van iedere vissensoort voor. Marleentje bedacht welke vis de mooiste prinsessenstaart had. Muziekje op de achtergrond. Niet druk in het tuincentrum. Zaterdagmiddag. Lekker weer. Niks aan het handje. En toen ineens verstoorde M de rust met de historische woorden:

'Kijk. Daar ligt een visje.'


Inderdaad. Tussen de opgestapelde glazen aquaria lag, in een opvangbak met misschien anderhalve centimeter water erin, een grote gevlekte goudkarper. Hij lag grotendeels boven water. Hij bewoog niet. Hij deed niks.

De stilte die zich over mijn drietal meester maakte, verraadde hun ontzetting over zoveel dierenleed. Heel even keken ze met sippe snuitjes naar het slappe visje. Toen barstten ze los; een stortvloed van woorden, alle drie tegelijk, met opgewonden, bezorgde stemmetjes: 'Mam, hij gaat dood! Hij leeft nog mam! We moeten hem helpen ! Mam, hij is gevallen! Mam, mogen we hem pakken? We gaan hem pakken! Kom op jongens, we pakken hem! Lenie, jij hebt de kleinste handjes! Jij kan er tussen! Mam! Mam, kijk nou, mam, dat is zielig! Zijn kieuwen bewegen! Nee, niet! Ja, wel! Mam, hij probeert adem te halen!'

Ik kon M nog net in de kraag van haar jas vatten voor ze het water in dook om een dooie vis te redden. 'Wacht nou even', suste ik nog. 'Misschien was hij ziek. Misschien hadden ze hem er expres uitgehaald. Straks gooien we hem terug en dan worden ál die vissen ziek'.
Ze trapten er niet in.
'Luister nou even, we mogen die bakken niet zomaar open maken. Trouwens, We hebben geen netje. We kunnen er niet bij. Kom op nou jongens, het is gewoon een vis. Het zal wel een reden hebben, dat ie daar ligt.'

Heel even kreeg ik ze zover dat ze met me meeliepen. Anderhalve meter. Toen pikten ze het niet meer. Met zijn drieen stonden ze tegenover me. Armen over elkaar. Vastberaden blauwe ogen.
Ze gingen niet mee.
Ik moest Een Meneer halen, want dit was een Noodgeval, en die vis ging misschien wel dood, en dat kon niet, en hij leefde nog, en toe nou mam, haal nou een meneer, mamwegaanechtnietmeehoor, straks gaat ie echt dood.

Ik zuchtte. Het punt met in je eentje winkelen met drie kinderen is het feit dat je ernstig in de minderheid bent. Ik schatte mijn kansen in. In geval van tegenstribbeling kon ik R of M nog tillen, maar hadden de andere twee vrij spel. Geweldig. Dit had ik weer. Dit zou me leren naar een tuincentrum te gaan met Jacques Cousteau, Steve Irwin en Lenie 't Hart.
M zag de twijfel in mijn ogen en ging demonstratief op de grond zitten. F liep terug naar het aquarium. R bleef voor me staan. Hij zette zijn handen in zijn zij en keek me vastbesloten aan.

'Een Meneer, mam. Je moet een Meneer halen'.

Mopperend liep ik de winkel door. Ik vond een Meneer, en nauwelijks gelovend dat ik mezelf daadwerkelijk had laten overhalen stamelde ik opgelaten: 'Eh. Meneer? Mijn kinderen daar hebben een dooie vis gevonden. En ze vinden het een Noodgeval. Zoudt u hem er eventueel tussen uit kunnen halen? Ze vinden het zo zielig'. De Meneer liep mee. Zodra hij in zicht kwam, begon de driestemmige woordenstroom opnieuw.

De Meneer pakte een netje, schraapte de vis uit de opvang bak en leit hem even bijkomen in een kommetje water. Hij leefde nog wel, maar hij deed niet veel. 'Tsja', zei hij, 'Die is beschadigd'.
Frank voelde nattigheid. Zijn reddingsproject had geen lange toekomst voor zich. Hij keek me aan.
'Mam?'
'Frank je hébt al drie vissen en een rivierkreeft'.
'Maar mam. Ik ga goed voor hem zorgen en ik kan hem echt beter maken. Dan noemen we hem Blup'.


Niks ervan. Er wordt niet 'ge-maar-mamd'. Ik was vastbesloten. Dit was de grens. Er kwam GEEN goudkarper van 15 centimeter in een accubak in de tuin. Zijn die kinderen nou helemaal gek geworden.





Eh, juist.

(Hij doet het overigens prima in die accubak).





16 reacties:

Hilde zei

Om een of andere vervelende reden kan ik de foto niet zien, maar goed... ik heb zitten glimmen bij je verhaal.
Eén ding krijg je in elk geval niet over 20 jaar te horen, dat ze van zoiets kleins een deuk hebben opgelopen. Wellicht was het niet helemaal opvoedkundig verantwoord, maar what-the-hell (sorry). En ik vind je met recht een van de beste moeders van de wereld!!!

femmekuh zei

GEWELDIG ! hahahaha !

Geertje

Tjeerd & Kiki zei

Waanzinnig verhaal, hoe krijg je het weer voor elkaar.... BLUP :-)

karin zei

love this story, F! :) you are such a great mommy .....

Monique zei

O wat een verhaal en wat bevind jij je in goed gezelschap zeg! Met alleen vis kwam je nog goed weg; voor hetzelfde geld moest je 2 dagen met de opstandelingen in quarantaine...

linde zei

Schitterend verhaal weer.

inge zei

hahaha ! ik wist het al voordat ik aan het eind van het verhaal was... begin je een beetje te kennen ; )

Susie zei

:-) Good thing you held firm, Fransie, and didn't give in to their emotional tugs! Say hi to Blup for me, 'k?

tee hee

Julia zei

Hahaha ik moest zo lachen om Steve en Lenie !! :) Lief stel kinderen Francien !

M@rtine zei

Love this story! You are a GREATH mom!

*HugS*
Martine

jojoco zei

Je hebt het weer voor elkaar. Als ik koffie had gedronken, zou ik nu een nat beeldscherm hebben. Echt zo grappig zoals je het beschrijft....

Cindy zei

Een geweldig verhaal Francine, ik heb er weer van genoten!

Mireille zei

oh boy~!!!
ik moet toch ontzettend lachen..
-_-
sorry =D

Annelinde zei

Hilarisch verhaal, lief en vastberaden (nou ja wat betreft het laatste, de kinderen dan..:)

Spontanity zei

:)

D@nielle zei

je blijft toch mijn grote voorbeeld ook al heb je toegegeven hihi. Ik wil jou worden als ik groot ben, een supermama ....