donderdag, oktober 30, 2014

Dat was het dan

Al een week probeer ik dit logje te schrijven, maar ik weet niet zo goed hoe. Mijn laatste berichtje hier, de afsluiting van een tijdperk.

Om de vragen te beantwoorden: het gaat goed met mij :). De avond na de marathon viel niet mee, eerlijk is eerlijk. Ik was zo blij, zo trots op mezelf - de high van de marathon won het met grote voorsprong van de de pijn in mijn lijf, daar niet van.... maar lopen was moelijk, en zelfs liggen was niet meer echt comfortabel. De alles-doet-zeer-ellende werd de volgende dag al beter. Ik kon maandag weer gewoon uit de voeten, beetje rommelen in huis, paar boodschapjes doen. Er werden bloemen bezorgd en er kwamen vrienden en familie langs en ik heb Ellen en Marco naar het vliegveld gebracht. Mijn zus bracht een enorme taart. Het was FEEST, gewoon, en mijn lijf herstelde wonderbaarlijk goed. Ik ging met het kwartier beter lopen.
Dinsdag werd de spierpijn minder, een restje nog in mijn bovenbenen, en woensdag was ik eigenlijk wel weer de oude. Er is nog wel wat nasleep, hoor. Mijn hartslag is nog een hele tijd hoger gebleven dan hij was, zelfs in rust. Ik merk dat als ik me inspan, ik sneller moe en buiten adem ben dan voor de marathon. Dat zal nog wel een paar weekjes duren, zegt coach Tiny. Maar verder ben ik weer de oude.

Of eigenlijk, de nieuwe.





Ik heb er best een hele tijd over nagedacht, maar met deze marathon kom er een einde aan Stukje bij Beetje. Dik negen, bijna tien jaar schreef ik hier, en in die tijd groeide het uit tot iets bijzonders. Jullie leefden mee, zagen mijn kinderen opgroeien, moedigden me aan als het leven leuk was en steunden me als het even donker werd om me heen. Ik heb zoveel mooie vriendschappen overgehouden aan die blog. Ik heb zoveel lieve mensen leren kennen.

Maar, er veranderde ook veel in de tussentijd. De kinderen werden groter. Zij willen niet meer perse hun hele leven online. Pubers zitten er niet op te wachten om met hun bed-haar-foto's en hun pyama's aan op het internet te staan, waar de hele wereld ze kan zien. Ze willen hun problemen en uitdagingen, en zelfs hun successen en mijlpalen, niet ongevraagd gedeeld hebben met de mensheid. Ze vinden het ondertussen maar gek, als ze zomaar worden herkend op straat.

Het is hun goed recht, want bloggen was mijn keuze, niet die van hun. Ik kan, en wil,  niet anders dan hun privacy respecteren.
Maar, dat maakt het vinden van onderwerpen wel een stuk moeilijker.

Daarnaast ben ook ik veranderd. Dankzij jullie, met jullie allemaal aan mijn zijde, nam ik mijn leven in handen en besloot dat een aantal dingen anders wilde doen. Dat er een mogelijkheid moest zijn om de Francine te worden die ik van binnen wel was, maar van buiten niet. Ik ging ervoor, en het lukte. Ik heb veel geleerd in dat proces. Over mezelf, over doorzetten, over op je bek gaan en weer opkrabbelen. Over keuzes maken en prioriteiten stellen. Over dat mijn grenzen liggen waar ik wil dat ze liggen. Ik heb geleerd, in dit hele proces, in al die tijd, dat ik mijn lichaam run, en niet meer andersom.  Na de marathon heb ik het mezelf kado gedaan, dat besef, op de binnenkant van mijn rechter enkel.






Met het finishen van de Amsterdam Marathon is mijn verhaal verteld.


Ik kan niet eens de woorden vinden om jullie, de ruim vijftigduizend bezoekers die dit blog per maand heeft getrokken, te bedanken voor wat jullie voor me hebben betekend. De online en in-het-echt support. De lieve woorden, de kaartjes, de onverwachte kadootjes in mijn inbox. De openhartige verhalen in mijn mailbox, de talloze comments hier.
Ik las ze allemaal, en ik heb jullie in mijn hart.

Voor altijd.






Het is met een brok in mijn keel - maar het is tijd.

Het ga jullie goed.


Liefs,
Francine



facebook
pinterest
runkeeper

dinsdag, oktober 21, 2014

De TCS Amsterdam Marathon

Met eeuwige, niet in woorden uit te drukken dank aan werkelijk iedereen die met met meeleefde, in het echt en online, en in het bijzonder aan Tiny, Herman, Edzard, Jo, Maaike, Marinka, Susanne en Robert, Ellen en Marco, Frank de J., m'n moeder, Marleen, Laurens, Linde, Storm, Brent, Frank, Robin, Marleentje, en Peter. Jullie zijn helden. Zonder jullie was t nooit gelukt.  




Pre-race 

Man, wat ben ik nerveus, de dagen voor de marathon. Het is een wonderlijk gevoel - al mijn raininen zijn gedaan, al het werk zit erop, en het enige wat me rest is eten, slapen en wachten. Dat gaat me niet goed af; mijn hoofd is alleen nog maar bezig met de marathon en mijn lichaam is in een staat van constante spanning. Een beetje alsof je in een achtbaan zit, en je karretje is aan zo'n ketting helemaal omhoog getroken, en je ben op dat rechte stukje, en je gaat heeeeeeel langzaam vooruit, en je kijkt de diepte in, voelt je hart in je keel schieten en je maag ineenkrimpen en vraagt je af waarom je in vredesnaam bent ingestapt.

Dat gevoel. Maar dan een week. En weet je wat het ergste is? Je mag het er niet eens even lekker uitrennen.


De avond voor de marathon gaat de telefoon. Marleen neemt op, en ze weet meteen met wie ze van doen heeft: 'Mama, Tiny Raijmakers!'. De coach praat met me. Tegen me. Over koolhydraatverbranding en drinken en dat ik het heus wel kan. 'Kijk nou toch', zegt ie. 'Je kwam hier helemaal niet eens voor in aanmerking, en moet je jezelf nou eens zien. Je hebt al het werk gedaan. Je gaat dit kunnen'. Hij zegt dat ik vroeg naar Amsterdam moet gaan, dat dat stress scheelt, en dat ik op tijd moet beginnen met eten, en dat de zenuwen die ik voel normaal zijn, dat die horen bij zoiets groots in je leven en dat ik dat gewoon moet laten gebeuren. En dan sluit hij af met: 'En nou ga je het doen en dan bijt je verdomme een HOEK UIT DIE MEDAILLE!'

Het helpt. Hij heeft gelijk. Deze spanning bereidt mijn lichaam voor op wat gaat komen, en ik moet daar helemaal niet tegen vechten. Ik leg al m'n spullen klaar voor de volgende dag en ga vroeg naar bed, om een uur of negen al. En ik slaap warempel redelijk goed.

Om kwart voor zes gaat de wekker. P blijft nog even liggen. Dat wil ik graag; ik heb de tijd voor mezelf, deze vroege donkere stilte, even nodig. Ik eet een grote kom sojayoghurt met plakjes banaan, wat honing en een grote hoop notenmuesli. Daar moet het op kunnen.




On kwart over zeven brengt P me naar Amsterdam. In de auto praten we weinig. Het achtbaangevoel is weer terug. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ineens klinkt 'what a feeling' op skyradio. P zet de radio hard, en kijkt me aan terwijl Irene Cara zingt over het waarmaken van je droom. Plotseling stromen de tranen ovr mijn wangen.

Er zullen er nog een hoop volgen, vandaag.

Om een uur of acht zijn we er. We parkeren, en P loopt nog een eindje met me mee richting de Sporthallen Zuid. Ik wil niet dat hij me loslaat, ik wil gewoon niet, ik wil dat hij me meeneemt naar huis en dat ik me dan onder het bed verstop met de gordijnen dicht en dat iemand anders dan in mijn plaats gaat. Hij houdt me nog een keer vast en ik hen - en dan duwt hij me zachtje richting sporthallen. Tot straks, kanjer... ik zie je in het stadion.




Ik wandel richting het sportcomplex. De zon komt op. Om me heen andere sporters, druk pratend, bijna allemaal in groepjes. Marathonlopers, dat moet wel, want alleen de hele marathon start om half tien. 




Ik ben vroeg, en ik dood de tijd op de expo. De expo is een soort beurs vol hardloopkleding, stands die marathonreizen aanbieden en schoenenfabrikanten. Ik draal maar wat. Ga een paar keer naar het toilet, drink nog een beetje, en probeer kalm te blijven. Dat lukt slecht. Mijn benen trillen gewoon helemaal. Half negen. Nog een uur te gaan.





De kleedkamers in de gangen zijn vol, en steeds meer mensen gaan zich gewoon omkleden in de expo. En echt he, zonder uitzondering zijn dat 50 kilo wegende mannetjes in snelle pakken met van die pezige armen en van die enorm gedefinieerde spieren in hun benen. Ik voel me in toenemende mate niet op mijn plaats, met mijn spatader en mijn flubberarmen.
Ik wou dat ze weggingen.
Water-drinkende bananen-etende doornen in mijn oog, zijn ze.
Pfff.




Ik loop nog maar een rondje en app Jo, en die stuurt me een foto van een zonsopgang en zegt dat ik moet ademhalen. Diep in, langzaam uit.

Het helpt nog ook.

Het is kwart voor, en ik besluit naar het stadion te lopen. Buiten is het druk, de zon schijnt, en ineens begint de spanning weg te vallen. Ik ben hier nu! Ik ga hiervoor! Dit wordt een rondje genieten!





Deze marathon gaat de kroon zijn pp mijn training. Drie jaar heb ik hier voor gewerkt. In die drie jaar heb ik bijna zesduizend kilometer gerend. Ik kan dit, ik heb gedaan wat ik moest, en nu ga ik uitvoeren. Nu is mijn dag. Dit wordt mijn moment.


De menigte waarin ik terechtkom schuifelt richting de ingang van het stadion. Ik doe mijn trainingsjack uit en laat het achter op een hek. Het gaat een hele warme dag worden, zeiden ze op het nieuws, dus ik heb het niet meer nodig. Ik bedenk me dat het alweer een tijdje geleden is dat ik ontbeet, en ik neem nog gauw een powerbar.





Ik loop het stadion binnen en de sfeer is.... electrisch. De marathon-ers worden naar het midden geleid.






De tribunes achter me zitten vol. Om half tien starten de wedstrijdlopers. Onder luid applaus van iedereen, op de tribune en op het veld, denderen ze voorbij. Op het grote scherm kunnen we ze volgen. Pas als ze een goed tijdje onderweg zijn, mogen de startvakken los. Voordat dat gebeurt klinkt er ineens harde muziek - op het podium zingt iemand 'bloed, zweet en tranen'. De tribunes zinderen, de marathonlopers in het startveld heffen hun armen en zingen luidkeels mee.

Het is warm, maar het kippenvel staat in mijn nek.

De startvakken voor me gaan los, en ik maak nog snel een selfie met het publiek achter me. Nog twee minuten, en dan ga ik dit echt doen.











Kilometer 1
In eerste instantie  merk ik niet eens dat we weg zijn. De start is gefaseerd, we lopen van het ene startvak door het anderen, maar dan plotseling stoppen we niet meer en net als ik me afvraag wat er gebeurt zie ik de registratiematten onder mijn voeten. Het eerste rondje is door het stadion. Dan lopen we, onder luid applaus van het publiek, de poort door, de stad in.Daar gaan we!


Kilometer 2
Na de Amstelveense weg draaaien we het Vondelpark in. Het is er zo heel prachtig. Tussen zachtjes naar beneden dwarrelende bladeren ren ik in een stevig tempo met de meute mee.


Kilometer 3
Ik zit ruim onder de zeven minuten per kilometer. Ik denk even na over te snel starten en dan later in de race opbranden, maar ik leg dat naast me neer. Zoals het nu gaat voelt het prima, dus ik ga door zo lang het kan.


Kilometer 4
Kraantje Pappie zet in in mijn oor. Het is een nummer dat Frank ooit op mijn telefoon zette.

Wat nou als het lukt, mama
Ik weet je hebt je druk gemaakt
maar ik hou voet bij stuk vandaag
Want wat nou als het lukt, mama


Een gevoel van opwinding welt op in mijn borst. Het kan zomaar gebeuren, vandaag. Ik moet nog zo ver, ik zie zoveel beren op de weg - maar wat nou als het lukt?


Kilometer 5
Na het Vondelpark draaien de de Spiegelgracht op, naar het museumplein, en dan dstaat het daar, in zijn volle glorie in de herfstzon: het Rijksmuseum. De route van de hele marathon gaat onder de passage door.



foto van www.losseveter.nl


Om me heen hangen werken van Van Gogh, Vermeer en Rembrandt. Voor me liepen vanochtend de beste lopers van de wereld. En nu loop ik hier. Ik kan het gewoon niet geloven.





Kilometer 6
De eerste waterpost! Het is erg warm en ik heb besloten zelf geen drinken mee te nemen. Ik heb best een en ander aan huid over op mijn buik, en op deze afstanden wordt dat stuk geschud door mijn drinkbelt. Er zijn een aantal mensen die voor me langs de route zullen staan, maar voor de zekerheid is het wel zaak dat ik overal wat drink waar dat kan, zeker met dit weer. Ik grijp dus het eerste bekertje AA van de dag.


Kilometer 7
Een rare splitsing doet zich voor. Zomaar ineens deels het parcours zich in tweeen. Gedesorienteerd vraag ik aan een van de vrijwilligers: 'welke kant?'  Hij kijkt naar me en zegt, 'naar links voor de marathon, naar rechts voor de acht kilometer'. Ik wijk naar links en hij wil me tegenhouden: 'nee, naar rechts voor de acht kilometer'.
Ik sla links af en hij kijkt me verbaasd na.

Hah.

I have a lot of motherf-ckers to prove wrong.


Kilometer 8
Oh ja - ik had Tiny beloofd dat ik op tijd zou beginnen met eten. Ik schuif een sportwinegum in mijn mond. Ik krijg er meteen dorst van, maar dat moet naar even. Het gaat lekker!


Kilometer 9
Ik moet lachen - ik zie een mevrouw in het publiek staan met een shirt met daarop





en als ik dit uitloop, neem ik me voor, wil ik zon shirt.



Kilometer 10
De tweede waterpost. Ik gooi nog een half bekertje AA naar binnen. Ik loop echt zo ver mogelijk door, maar toch irriteren andere lopers zich aan het feit dat ik stil blijf staan. Sorry mensen - ik kan niet hollen en drinken tegelijk. Wat er dan gebeurt heeft nog het meeste weg van snorkelen.Verder weer!


Kilometer 11
De Churchillaan. Een beetje een saai lang stuk dit. Ik laat mijn gedachten afdwalen naar het thuisfront. het is een van de dingen die ik me vantevoren had voorgenomen - als het mentaal moeilijk wordt, denk dan aan alle mensen die je hebben geholpen. Ik denk aan P, aan alle keren dat hij opstond met de kinderen, op de ochtenden dat ik pas om 8 uur terug kwam van mijn training. Aan de keren dat hij me tegemoet fietste aan het eind van een lange duurloop. Aan de keren dat hij pasta voor me kookte of me vroeg naar bed stuurde als hij wist dat ik morgen weer 'moest'. Aan de keren dat hij op runkeeper zag dat het niet ging, in de auto of op de scooter stapte en me van de weg plukte.

Alleen al daarom ga ik vandaag finishen.



Kilometer 12
Heeeeee! Daar in de verte staat Edzard, mijn eerste supporter, te praten met een of andere verkeersregelaar. Hij zou me opwachten bij de Amstel en dan dat stuk met me meefietsen, maar is er al eerder. Hij ziet me en stapt op de fiets.
We praten niet echt.
Ik luister naar muziek en naar de drumband die langs de route herrie staat te maken. Ik heb niet echt energie voor praten. Ik kan merken dat ik het eerste stuk best hard heb gelopen, en ik moet een een goed tempo vinden nu.


Kilometer 13
Ik draai de President Kennedylaan op. Dit is een stuk waar ik moet keren aan het eind, en dat betekent dat aan de andere kant van het hek ook mensen lopen. Een lang lint van gekleurde hardloopshirts. Voor me gaan de eerste mensen al wandelen. Ik ben ook best hard aan het werken, maar jee, als je nu al niet meer kan, dan is het nog wel een heel eind. Ik neem nog maar eens een gummetje.Ik hoef niet te wandelen. Met mij gaat het helemaal prima.



Kilometer 14
Wat is het benauwd. Edzard geeft me water uit zijn rugzak, en ik neem en slok en giet vervolgens een flinke guts over mijn hoofd en over mijn rug. Dat is beter. 


Kilometer 15
Alhoewel er bijna niemand meer op de weg is, ik loop allang in de achterhoede, wordt Edzard door een overijverige verkeersregelaar van de weg geplukt - 'u mag hier niet fietsen meneer'. Ik ben dus weer alleen, en ik hoop maar dat ie de weg terug naar het parcours weer vindt en niet dat hele eind naar Amsterdam is gekomen voor niks.


Kilometer 16
Daar is ze! Daar is ze! hoor ik langs de kant bij de waterstop. Ik kijk op en zie Jo en Meike. Jo loopt vanmiddag de halve, maar is extra vroeg naar Amsterdam gekomen om mij aan te moedigen ♥. Ik geef haar een knuffel, ze geeft me een banaantje en we praten even. Ze vindt dat ik er fris uitzie, zegt ze. En zo voel ik me ook wel. Het gaat gewoon goed! Ik ga gewoon goed!


Kilometer 17
Hee, een dixie. Ik moet best wel plassen ondertussen, en hier staat geen rij, dus ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken. Ik sta nog niet goed en wel stil en in de verte zie ik Edzard op zijn fiets, zoekend langs de renners. Ik zwaai, hij ziet me, vindt met en geeft me toiletpapier.

Oh, wat hou ik toch ontzettend veel van toiletpapier. Ik moet toiletpapier meer waardering geven in het dagelijks leven, besluit ik.


Kilometer 18
Ik loop naast een mevrouw die Dirkje heet en uit Oosterbeek komt. Ze babbelt tegen me over de marathon van Loch Ness, over andere marathons die ze heeft gelopen. Ze vraagt me of dit mijn eerste marathon is en als ik ja zeg, geeft ze me spierpijn tips voor morgen. We hebben een goede cadans gaande, zetten onze stappen in precies hetzelfde tempo.





Ze sleept me er een kilometertje doorheen.
Dirkje uit Oosterbeek, ik hoop dat je de race van je leven hebt gelopen ☺.






Kilometer 19
Ik word nu toch wel een beetje moe. De zon is weg, en het gaat regenen. Ik heb de wind vol tegen en ik heb het koud. Hoe lang is deze rivier eigenlijk? Waar is die brug dan? Had ik niet allang bij een brug moeten zijn?  Ik vraag het aan Edzard, en die zegt dat ik echt nog maar 500 meter hoef tot het keerpunt.



Kilometer 20
Inderdaad. Er kwam een brug, en ik leef weer op. Ik ga de andere kant op nu, en dat voelt als de terugweg. Dat voelt als onderweg naar huis. Dat voelt als het ergste achter de rug. Er komt weer een waterpost, en ik neem een banaantje en een bekertje drinken. So far so good.







Kilometer 21
Er staat een hele grote opblaaspoort over de weg, en daarop staat '21.1 km'. Ik realiseer me dat ik op de helft ben, maar het gevoel van opluchting dat ik een kilometer terug nog had, slaat ineens, zonder duidelijke reden, volledig om. 21,1 kilometer? Ik ben al tweeeneenhalf uur onderweg. En nou moet ik NOG zo'n stuk.
Ik moet NOG een keer dit.
En ik ben al zo moe.
Ik heb het koud.
Het waait hier.
Er zijn nauwelijks nog andere lopers om me heen.
Ik ben vast al laatste.
En jemigdepemig, ik moet gewoon nog een keer dit hele eind. Dat kan ik helemaal niet. Dit gaat me NOOIT lukken. Er doemt een combinatie van paniek en moedeloosheid in me op, en ik moet heel hard huilen.


Kilometer 22
Huilen is voor watjes. Bijt een hoek uit die medaille. Bijt een hoek uit die medaille.


Kilometer 23
Weet je wat, ik ga gewoon verder huilen. Waar ben ik aan begonnen? Ik heb hier verdorie gewoon voor BETAALD. Ik lijk wel niet goed wijs. Ik ben gewoon vrijwillig om kwart over half donker opgestaan voor dit. Mijn rechterbeen doet pijn, ik verkramp, en het water dat ik toen ik het warm had over mijn rug gooide is met de wind mee veranderd in een icepack. De enige manier om hier doorheen te komen is om hier niet meer over na te denken. Ik vraag Edzard om tegen me te praten, over werk.


Kilometer 24
Ik leer van alles over project management, verandermanagement en ICT decision making structuren.



Kilometer 25
Zomaar ineens staat er een Caribische band in een tentje langs de weg. 'Feeling hot hot hot', spelen ze. "I'm hot! You're hot!  He's hot! She's hot!" De zanger wijst naar me. Hij kan ook moeilijk anders, ik ben de enige op de weg - maar van zo'n persoonlijke serenade moet ik toch wel weer lachen.


Kilometer 26
Ik ben weer in de stad. Gelukkig. De bewoonde wereld. Het voelt als een enorme opluchting. Mijn benen doen wat zeer, dat wel, maar ik ben over de helft. Toch? Ik ben toch over de helft? Toch? Ik kan niet meer denken.


Kilometer 27
Daar is Maaike! MAAAAAAAAAAIKE! Daar is ze! Daar is Maaike! Ze heeft gummetjes bij zich, maar die wil ik niet, want van al die bananen en winegums ben ik inmiddels een beetje wee-ig in mijn buik.  Ze geeft me een flesje AA, en ik neem een paar slokken. Hoe ver is het nog,  vraag ik haar. Ben ik al over de helft? Ik ben toch over de helft? 'Ja', zegt ze. 'Je hoeft nog maar 15 kilometer'.

Ze zegt me dat ze trots op me is, en ik bedank haar voor dat ze er staat en voor de verandering laat ik maar weer eens en traan - niet van ellende, maar gewoon omdat ik zo blij ben om haar te zien. Dan maakt ze nog snel even een foto...






... en stuurt me weer op weg.


Kilometer 28
Ik ben op de Van der Madeweg en het leven is relatief goed, totdat er ineens een handvol mannen voorbij komt stormen met, ik schat, zo'n 20 km per uur. Wat de ....?

Shit.
Ik realiseer me dat ik zometeen ingehaald ga worden door de voorhoede van de halve marathon, die om 13u is gestart, en die hier op hun 6km punt is. Ik ben nog niet eens klaar met denken dan zijn ze er al - honderden lopers, allemaal veel sneller dan ik. Ik word continu aangestoten en opzij geduwd. Ik spring in de berm en laat me zo goed en zo kwaad als dat gaat aan alle kanten voorbijrazen. Ik weet dat ik in de weg loop en voel me daarover tegelijkertijd schuldig en gerirriteerd.
Kom op zeg.
Ik ben langzaam, maar ik heb net zo goed startgeld betaald als iedere andere loper, en, en, en... zoek het lekker uit. Ga maar om me heen.


Kilometer 29
You can go the distance
You can run the mile
You can walk straight through hell with a smile
You can be the hero
You can get the gold
Breaking all the records they thought never could be broke

The Script - Hall of Fame


Kilometer 30
Ik word volledig onder voet gelopen. "RECHTS!!!!" schreeuwt een man kwaad naar me terwijl hij  langs me sjeest. Dat wil ik wel, hij heeft gelijk ook, maar dat kan niet - ik ben links van de weg beland, en het is zo druk om me heen, ik kan onmogelijk oversteken zonder een valpartij te veroorzaken. Ik vind het hier helemaal niks, ben bang om onderuit te gaan. Ik probeer wat harder te lopen om zo in ieder geval wat minder een obstakel te zijn. Daarmee haal ik ook wat andere marathon-achterhoeders in, en dat doet me dan wel weer goed.


Kilometer 31
Ik ben zo moe, en ik vind het eng. Vanaf hier kom ik op onbekend terrein. Ik ben nog nooit verder geweest dan 30 kilometer. Dit is het eind van mijn comfort zone. Ik wil het zo graag halen. Maar vanaf hier weet ik niet meer wat er gaat komen.


Kilometer 32
Ik zie Ellen en Marco! ELLEEEEEEEEEN!!!!! Ik schreeuw, en ze hoort me niet meteen, in alle drukte. Marco wel. Ik slaag erin stil te staan, maar ze staan aan de andere kant van het parcours, en alhoewel de voorhoede van de halve allang weer weg is, is het nog steeds enorm druk. Ik durf niet over te steken, ik ben niet meer snel genoeg om er tussendoor te gaan. Ik moet - voor de verandering - huilen. Ze zijn helemaal uit Zwitserland gekomen om mij aan te moedigen en het zal toch niet zo zijn dat ik helemaal niet even met ze kan praten?
Marco durft het aan, kiest een rustig moment en steekt over. Ik val hem in de armen. 'Are you ok', vraagt hij. 'Yeah', zeg ik, 'but it hurts so bad'. En dat is ook zo. Mijn benen doen zo'n pijn. En mijn schouders, en mijn polsgewrichten.

Hij geeft me een flesje water, en rent een stukje met me mee. Dan laat ik ze weer achter me. Verder weer.


Kilometer 33
Ik moet een helling op, de Molukkenstraat door, over de ringvaart. Ik geef het alles wat ik heb en slaag erin omhoog te gaan zonder te wandelen. Een kleine overwinning, vind ik dat. Hieperdepiep voor mij.  Just run the mile you're in.



Kilometer 34
De Amstel is al lang geleden, maar Edzard is nog niet weggegaan. Hij fietst nog steeds ergens naast me. Hij ziet dat ik het moeilijk heb, en besluit me niet alleen te laten zolang het fietspad er is. Ik mazzel echt ontzettend met alle support.


Kilometer 35
Ik zie iemand in een blauwe jas in het publiek - het is Suus. Suus en Robert staan langs de weg!! Ze vertellen me dat ze er ook al stonden bij 32 km, maar me niet vonden. In dit deel van de stad, ik ga alweer richting centrum, is het ook woest druk. Ik omhels ze allebei. Ik krijg water van ze, en ze zeggen dat ze trots op me zijn, en dat ik door moet rennen, en dat ze straks weer terugkomen. Ze gaan voor me uit fietsen. Van het vooruitzicht dat ze er straks weer zijn word ik nu al blij.

Kilometer 36
Ik ben zo moe. Zo moe. Ik wil slapen. Maar dat kan niet, want ik ben op de Mauritskade, bij het Tropenmuseum, en hier gaan liggen slapen zouden de mensen toch gek vinden.
Ineens hoor ik weer mijn naam. Marinka! Daar staat Marinka!




Ik wring me een weg tussen de mensen door en val haar in de armen. 'Gaat het nog?' vraagt ze. 'Nee', weet ik nog net te mompelen en ik barst in tranen uit.Van die lelijke tranen weet je wel, met snot en een hoop gesnik.

Ze neemt mijn gezicht tussen haar handen, zoent mijn tranen weg en vraagt, 'Ga je stoppen?' 'Natuurlijk niet!' antwoord ik. Het idee was niet eens in me opgekomen. 'Nou dan!' zegt ze. 'Je gaat het redden!' 'Ja', snik ik, en ze veegt nog 1 keer mijn gezicht schoon en stuurt me op weg. 'Wacht!' zegt ze 'Nog een foto!'

Ik lach. Ik mag dan stuk aan het gaan zijn, maar op de foto's gaat het er in ieder geval makkelijk uitzien, neem ik me voor.




Ik faal jammerlijk.



Kilometer 37
Plaspauze. In een dixie op de Stadhouderskade. GETVER.



Kilometer 38
Ik heb het koud. Edzard tovert een handdoek uit een rugtas.  Ik knoop hem om. Ik ren verder, want ik ben op een punt waar doorlopen veel minder pijn doet dan stilstaan. Mijn benen verkrampen als ik stilsta. Ik kan niets anders meer; ik moet verder. De ene voet voor de andere. Er is alleen maar lopen. Het is mechanisch. Ik besta niet meer echt. Ik ben een robot in een stroom van asfalt en aanmoedigingen.

Ik heb niet door dat ik gefotografeerd word.




De wanhoop straalt eraf.

Het is mijn absolute dieptepunt. 


Kilometer 39
Ik moet onder een tunnel door. Naar beneden is een feestje, maar rennend naar boven gaat niet meer lukken. ik wandel een eindje. Naast me is nog een hele-marathon-loper. Hij heet Samir en ik haal hem in. Dat dan weer wel! Ik haal iemand in!

Aan het eind van de helling zie ik ineens Pauline, Peter's nichtje. Ze ziet me, spring de weg op en komt naast me lopen. Als ze merkt dat ik het zwaar heb gaat ze ineens publiek regelen. 'MENSEEEEN!' roept ze naar de rijendikke toeschouwers langs de route. 'Hier loopt Francine! Kom op! Geef haar een appaus! Kom op mensen! Moedig haar aan! Hier loopt ze!'

Het werkt. Een luid gejuich stijgt op. Ik moet lachen. Ik high five haar, en voel de energie terugkomen. Ik ga weer rennen! Op naar de finish!





Kilometer 40
Ik ben weer in het Vondelpark. Mensen moedigen me aan. Een magere man met een brilletje loopt zomaar een eindje met me mee - kom op Francine, je kan het, je bent er bijna! Dat weet ik. Ik ga het halen. Ik loop hier. Ik ren een marathon, en ik ga de finish halen! Ik denk aan coach Tiny. Oh hij gaat vast trots op me zijn. Ik ben ook alvast trots op op mij. Ik sms Peter, al rennend: 'vondel', want dat hadden we afgesproken.  Hij weet dat ik eraan kom!
Ik ben zo blij. Het Vondelpark is gezellig,  overal is muziek en ik ren nog. Ik! Ren! Nog!





Kilometer 41
Suus en Robert zijn er weer! Ze fietsen met me mee over de Amstelveenseweg. Ik zwaai. Het gaat goed met me! Ik ren nog! IK BEN ER ECHT BIJNA! Deze kilometer telt niet eens meer. Hier is het dan - de absolute ereronde. Nog maar tien minuten, en dan is dit allemaal gewoon voorbij. Ik zuig de sfeer in me op. Ik voel mijn zere benen niet meer. Ik geniet alleen maar.


Kilometer 42 en verder
Edzard zwaait af en gaat naar huis. Ik draai de laatste bocht naar het stadion in en Robert maakt een foto van me, vrijwel onder de laatste boog:




Daarna haasten Suus en hij zich naar het stadion, om me te zien finishen. Daar zitten ook P, en Marleentje. En mijn moeder. En (en daar heb ik nog geen idee van) mijn zus en haar hele gezin.






Ik ren het stadion binnen. Er klinkt muziek. Ik ben volledig overrompeld door allerlei gevoelens - opluchting, blijdschap, trots. Ik ben helemaal rauw - lichamelijk en mentaal.





Er zijn geen filters meer. Geen decorum, geen doen alsof, geen 'hoe het hoort'. Alles is weg. Ik ben gestript tot de kern van mezelf. Tot waar ik van gemaakt ben.





En ik ben gemaakt van doorzetten.

Ik trek een sprintje, recht mijn rug en finish. 




P ziet me, en slaagt erin een foto te maken net als ik mijn medaille krijg, daar in het midden naast die mevrouw met dat grijze haar en die groene jas:




Ik krijg een cape aangereikt. Ik bel Peter, want ik heb geen idee waar ze zijn, allemaal, maar het is zinloos - het netwerk is overbelast.




Ik loop maar gewoon door, en dan ineens hoor ik mijn naam. 'FRANCIIIIEEEEEEEEN!'. Ik kijk omhoog. Daar zijn ze. Allemaal. Suus en Robert, m'n moeder, P en Marleen. En daar, zwaaiend met twee armen op de tribune, staat ook mijn zus met haar gezin. Mijn zus!  Ze zijn er allemaal! 


Ik zie ze, ze roepen naar me, en ik breek. Mijn hart breekt gewoon, in duizend blije stukken, en er stroomt een grote golf geluk uit. 




Ik word het stadion uit geleid, en ik neem een foto, speciaal voor m'n coach:




Deze is voor jou, Tiny.


Buiten het stadion vinden ze me. P pakt mijn hand en neemt me mee. Er zijn armen om me heen, iedereen moet huilen. Mijn moeder vindt dat ik droge kleren aan moet. Dat wil ik wel, maar ik kan het niet meer. Ineens doet niks het meer. P houdt me overeind, en mijn zus kleedt me uit en doet me een schoon trainingspak aan dat mijn moeder voor me heeft meegenomen.






Omdat ik langzaam liep en dus aan de buitenkant van het parcours, heb ik 43,1 kilometer gelopen. Runkeeper (dat de knuffel- en plaspauzes niet meetelt) zei dat ik daar 6 uur en 10 minuten over heb gedaan. Ik ben gefinished, en ik was niet eens laatste. Er eindigden 45 mensen achter me, en een hele hoop die niet finishten. 


Maar ik finishte wel.

Ik heb het gehaald.



vrijdag, oktober 17, 2014

42 redenen

Ik bloosde tot aan mn navel zeg, toen ze me deze link stuurde. Jemig zeg :) :) :)
Ze heeft overigens gelijk, mijn lieve facebook-fitness-maatje Kim: er is al zat negativiteit op internet. Vrijdag-vleidag is een goed idee.

42 redenen is ook een goed idee :). Komen ze:



Over twee dagen ren ik een marathon...

1. Omdat marathons bestaan

2. Omdat  heel erg veel mensen zijn die ook marathons rennen, en die zijn niet stoerder of slimmer of doorzetterder dan ik, en dus kan ik het ook.

3. Gratis bananen!

4.Omdat je hier, als je logisch nadenkt, helemaal niet aan moet beginnen - maar logisch nadenken is voor saaie mensen.

5. Omdat de finish in het Olympisch Stadion is, in Amsterdam. Op zo'n historische, sportieve locatie, waar een groot scherm in is geplaatst zodat je jezelf over de finish ziet rennen. *kippenvel*

6. Omdat je je teennagels toch nergens echt voor nodig hebt.

7. Omdat dit het moeilijkste is wat ik ooit ga doen, en als ik dit kan, kan ik alles. Maakt niet uit wat het leven mijn kant op gooit, als ik dit heb gedaan, kan ik ALLES aan.

8. Omdat, coole aanmoedigingsborden.

9. Omdat er dagen zijn dat ik moet kiezen tussen of rennen of iemand op zn bek slaan, en dat laatste vinden mensen toch raar. 

10. Omdat niets zo goed voelt als een gezonde levensstijl.

11. Omdat ik mijn kinderen wil laten zien dat je echt alles kan bereiken wat je wilt, als je je maar commit aan wat er voor nodig is om dat te bereiken.

12. De route gaat onder de passage van het Rijksmuseum door.

13. En door het Vondelpark!

14. Maaike komt me aanmoedigen.

15. En Marinka.

16. En Susanne en Robert.

17. En Edzard.

18. En Ellen en Marco.

19. En Jo.

20. En aan de finish wachten Peter en mijn moeder op me.

21. Omdat ik me helemaal de tandjes heb getraind, voor dag en dauw, bij nacht en ontij, weer of geen weer.

22. In drie jaar trainen heb ik maar zes keer een training gemist; vanwege Eerste Kerstdag, onweer, erg harde storm of omdat ik ziek was.


23. Omdat ik hier dus drie jaar voor heb getraind.


24. Omdat je pas weet waar je grenzen liggen als je er naar op zoek gaat.

26. Omdat sport je in contact brengt met de sterkste, meest inspirerende mensen ooit.

27. Omdat ik nog nooit eerder in mijn leven zo in vorm ben geweest.

28. Omdat een runner's high soms dagen duurt.

29. Omdat finish medailles een constante reminder zijn van hoe bad ass je ooit bent geweest.

30. Speaking of constant reminders, na de marathon komt er een '42.195' tattoo aan de binnenkant van mijn voet.

31. Omdat ik ondertussen meer sportkleren heb dan gewone kleren.

32.Omdat ik weet dat het pijn gaat doen, maar dat die pijn op een gegeven moment niet meer erger wordt.

33. Omdat mijn coach zegt dat ik het kan, en ik zou het vreselijk vinden om hem teleur te stellen.

34. Omdat niet iedereen het doet. Alleen dooie vissen gaan met de stroom mee.

35.  Omdat het me niet kan schelen dat ik laatste word. Een 7 minuten kilometer is net zo ver als een 4 minuten kilometer.

36. Je benen worden er mooi van.

37. Als Forrest Gump 3 jaar kan rennen, kan ik het ook wel 5 uurtjes.

38. Omdat trainen voor een marathon je beeld van jezelf en je leven voorgoed verandert.

39. Pasta.

40. Oprah en Rene Froger hebben marathons gerend.  

41.Omdat ik, als ik finish, later tegen mijn kleinkinderen gan zeggen: Jouw oma heeft ooit een marathon gerend.


42.










maandag, oktober 13, 2014

Paardrijles

Ondertussen zit het meidje weer op paardrijles. Dat deed ze ooit al, in een ver grijs verleden, maar toen haar woensdagles naar de zaterdag werd verhuisd moest ze wijken voor haar broers, die op zaterdag hun wedstrijd moesten voetballen.





Da's nu over, en het is HAAR beurt. En oh, dat getut met zo'n pony vooraf en dat uurtje in de kantine, terwijl ze haar rondjes draaft - ik vind het een partij leuk!





Ik vond voetbal ook leuk, hoor.








Er is niks mis mee om op zaterdag ochtend om kwart voor half donker te verzamelen op een regenachtige parkeerplaats, een eind te rijden naar een of ander weiland waar bij nader inzien inderdaad witte strepen op gekalkt blijken te zijn, en dan in de regen 3,5 maand  te staan kijken naar je team dat verliest met een nulletje of twaalf, waarna je ze opwacht in de kantine, een kop koffie in je bibberende handen, en tot je verbazing op de klok ziet dat er inderdaad maar 70 minuten voorbij zijn gegaan.

Helemaal top, dat.






Maar paardrijles is leuker.